Nieuwsbrief 2 – Onderscheid
De nieuwe regelgeving maakt een onderscheid in regels voor accountantsorganisaties en regels voor individuele accountants. Voor eerstgenoemde zijn de gevolgen vanuit Wta/Bta en de per 1-1-2007 in werking tredende VAO. Voor de individuele accountant is de Wra van toepassing waaruit de Regelgeving individuele registeraccountants (VGC) en overige verordeningen (kwaliteitstoetsing, klachtencommissie en opleidingen) en nadere voorschriften voortvloeien. Daarnaast worden nieuwe nadere voorschriften voor onafhankelijkheid, permanente educatie, controle- en overige standaarden en accountantskantoren van kracht.
Over de Wta en Bta
De Wta betreft de Wet toezicht accountantsorganisaties waarin de eisen worden gesteld aan accountantsorganisaties en externe accountants. De Wta volgt de 8e EU-richtlijn en de EU-recommendation on independence naar Nederlandse wetgeving. Naar verwachting wordt de Wta binnen twee jaar integraal aan deze 8e richtlijn aangepast. De AFM heeft het onafhankelijke toezicht op de naleving van de in de Wta/Bta en op de per 1 januari 2007 in werking tredende Verordening Accountantsorganisaties (VAO) opgenomen regels. In het Besluit toezicht accountantsorganisaties (Bta) zijn de eisen aan accountantsorganisaties en externe accountants verder uitgewerkt, onder andere de vergunningaanvraag. Het uitgevoerde toezicht op de uitvoering is bedoeld om de werking van de door de accountantsorganisaties ingevoerde systemen te toetsen. Het toezicht is daarmee gericht op de naleving van de accountantsorganisaties van het bepaalde in hoofdstuk 3 van de Wta en dan met name op de opzet, het bestaan en de werking van de stelsels terzake van kwaliteit, onafhankelijkheid en integere bedrijfsvoering.